[website bouwen] [website maken] [Algemeen]

Historiek van de Waaiburg:


Als je het domein van De Waaiburg opwandelt en je kijkt naar het hoofdgebouw, dan is het net of de tijd is blijven stilstaan. Niets is minder waar. Een korte schets...

Wie over de geschiedenis van De Waaiburg meer wil weten kan dit lezen in het boek dat  eind 2008 uigegeven werd naar aanleiding van het 125 jarig bestaan.

1. Het Katholieke Weeshuis (1883-1958)

In 1883 ontstaat uit een testamentaire gift van pastoor R.Verbist het ‘Katholieke Weeshuis’ te Geel. Op 12 april 1883 zullen zich de eerste zusters Annociaden van Huldenberg op het naar aanleiding daarvan omgebouwde herengoed “de Waaiburg” vestigen. Het eerste jaar verblijven er slechts drie weesjes, 2 jaar later (in 1885) worden dat er zestien en rond de eerste wereldoorlog zijn het er reeds 60 à 70.
De verdere uitbouw van de instelling verliep vooral op materieel vlak. Tijdens de wereldoorlogen herbergde ‘het Weeshuis’ verscheidene vluchtelingen en kwam het zelf zwaar gehavend uit de strijd. De herstellingswerken die hieruit voorvloeiden brachten echter heel wat verbeteringen tot stand. Zo werden de grondslagen gelegd voor het Kindertehuis

2. Het Kindertehuis Sint-Jozef (1958-1979)

Op 1 september 1958 werd het ‘Katholieke Weeshuis’ omgedoopt tot het ‘Kindertehuis Sint-Jozef’. Daarmee kwam er ook een einde aan de grote gelijke groep waaruit het Weeshuis bestond en ontstaan er 4 aparte woonkamers of paviljoenen. In elk paviljoen woonden zowat 15 kinderen van 0 tot 21 jaar samen als in een groot gezin. Vanaf 1968  werd dit herleid tot 3 woonkamers. Wat de populatie betreft kon men een duidelijke verschuiving in herkomst en aard vaststellen. In 1958 verschenen de eerste ‘gerechtskinderen’ van de toenmalige Kinderrechters uit Antwerpen en Brussel.
Vanaf 1965 (Wet op de Jeugdbescherming) ontstonden de ‘plaatsende instanties’
(Jeugdrechtbank en Jeugdbeschermingcomité – nu Comité voor Bijzondere Jeugdzorg) die langzaam zowat alle plaatsingen voor hun rekening gingen nemen. De Commissie voor Openbare Onderstand (latere OCMW) en ouders ‘plaatsen’ bijna zelf niet meer : een plaatsing was immers te duur geworden voor hen. Het juridische tijdperk brak aan.

Op 1 januari 1973 werd het beheer overgedragen aan een Raad van Beheer. Hierin zijn een aantal plaatselijke organisaties vertegenwoordigd. De instelling kreeg de officiële naam van ‘kindertehuis Sint-Jozef Geel v.z.w.’
In één van de groepen trad die dag een derde opvoedster in dienst.
In 1978 wordt het Kindertehuis officieel erkend als jeugdbescherminginstelling met een capaciteit van 50 kinderen (jongens en meisjes) van 0 tot 21 jaar. De subsidienormen voor onderhoud van kinderen en personeel financieren voortaan mee de v.z.w.
In 1979 wordt een vierde leefgroep opgericht in een huis in de rij (Werft). De overwegend jonge kinderen die daar het eerste jaar woonden, ruimden in 1981 plaats voor een achttal adolescenten.

3. Het Kindertehuis als residentiële hulpverlener ( ± 1980)

De instelling werd een erkende v.z.w. die gesubsidieerd werd voor 50 minderjarigen, verdeeld over (sinds 1979) 4 aparte leefgroepen: twee verticale leefgroepen met verschillend leefklimaat, een familiale groep en een huis in de rij voor adolescenten. Het Kindertehuis wilde residentiële hulpverlening (opvang en opvoeding) bieden aan jongeren die niet langer in hun oorspronkelijke leefsituatie konden/wilden/mochten verblijven.

4. 1983… het 100-jarig bestaan

Op 9 april 1983 werd het 100-jarig bestaan gevierd met alles erop en eraan. Deze viering werd ook aangegrepen om een naamsverandering door te voeren. “Kindertehuis Sint Jozef” werd “De Waaiburg vzw”. Er werd teruggegrepen naar de oorspronkelijke naam van het domein waar de hoofdzetel van de vzw zich bevond en nog steeds bevindt.

5. Een nieuw tijdperk

Sinds 1980 rijpte in het toenmalige Kindertehuis het idee om een leefgroep voor adolescenten op te richten in een gewoon huis in de rij. De bedoeling hiervan was tegemoet te komen aan ontwikkelingen binnen de jeugdbescherming en de bijzondere jeugdzorg. Het Kindertehuis wilde in functie van deze ontwikkelingen immers een eigentijdse en
maatschappelijk verantwoorde residentiële hulpverlening helpen uitbouwen voor een steeds groter wordende probleemgroep in onze maatschappij.
In 1983 werd dit verder uitgebreid door de oprichting van het halfweghuis De Hint. Een tiental adolescenten konden hier voor langere tijd onderdak vinden, om zo te kunnen werken aan hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Er konden zowel studerende als werkende jongens en meisjes terecht, die geplaatst werden door een jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg.
In 1984 werd er vanuit de overheid de mogelijkheid geboden om een machtiging aan te vragen voor Begeleid Zelfstandig Wonen. De Waaiburg ging hier op in aangezien dit aansloot bij de aan gang zijnde evolutie. Vanaf dat ogenblik konden jongeren vanaf de leeftijd van 17 vragen om alleen te gaan wonen met begeleiding.
Dit was de start van de uitbouw van de ambulante en semi-ambulante hulpverlenings-vormen.
Stilaan won het gezin ook aan belangrijkheid. Moeilijke gezinssituaties werden benoemd als problematische opvoedingssituaties.
In 1985 werd dagcentrum De Werft in Geel opgericht. De werkvorm dagcentrum binnen bijzondere jeugdzorg bestond reeds langer als autonome centra. Vanaf ‘95 konden residentiële voorzieningen ook deze werkvorm uitbouwen.
Het dagcentrum De Werft begon klein en werd erkend voor 6 kinderen tussen 6 en 18 jaar. Zij gingen van start op het adres Werft 45, vandaar de naam. Op hetzelfde ogenblik sloot De Waaiburg met de overheid ook een conventie af voor “Begeleiding na plaatsing”.
Dit wou zeggen dat, in ruil voor één residentieel bed, er drie gezinnen konden begeleid worden na de plaatsing, dus vanaf het moment dat kinderen terug naar huis gingen.
In 1990 werd er ook in Mol een dagcentrum opgericht nl Jan Rap. Aangezien het voor deze werkvorm belangrijk is dat thuis, school en dagcentrum bereikbaar zijn, koos De Waaiburg ervoor om de dagcentraplaatsen regionaal te spreiden.
Zo werd er in 1991 ook nog een dagcentrum uitgebouwd in Herentals.
Ook in 1991 opende het kamertrainingscentrum de Pitstop zijn deuren. Dit was een verderzetting van het halfweghuis de Hint. De werking werd echter nog sterker uitgebouwd en de jongeren werden nog meer individueel begeleid met de bedoeling een stevige voorbereiding te krijgen op het zelfstandig worden. Ook wat de infrastructuur betreft was er een verandering nl. van een huis waar ieder zijn kamer had, tot een gebouw waar elke jongere zijn studio heeft.
In 1992 werd het ambulante nog verder uitgebouwd. Thuisbegeleidingsdienst Aandacht zag het levenslicht, weliswaar als nieuwe vzw, maar met heel veel ondersteuning vanuit De Waaiburg.
In 1995 worden de huidige erkenningen van de verschillende voorzieningen van De Waaiburg bekrachtigd. De werking van deze verschillende afdelingen kan je terugvinden elders op deze site.
In 1998 krijgt de thuisbegeleidingsdienst een uitbreiding naar 16 gezinnen.
In 2003 neemt de Waaiburg voor een beperkte periode het gezinstehuis De Hoeve onder haar vleugels. De capaciteit hiervan werd nadien omgebouwd naar bijkomende residentiële plaatsen binnen de 3 bestaande afdelingen.
In 2004 gaat op De Waaiburg het GIT-project (gestructureerde intensieve trajectbegeleiding) van start. Dit gaf de mogelijkheid om met meer personele middelen intensiever aan de slag te gaan met moeilijk begeleidbare jongeren waarmee er zowel residentieel als in de context kon gewerkt worden.

Ook stapt De Waaiburg dat jaar mee in het time-outproject van het arrondissement Turnhout nl. TOPart. Dit project organiseert op vraag van de voorzieningen, met jongeren uit de voorzieningen, time-outs.


In 2007 werd de thuisbegeleidingsdienst uitgebreid met 16 plaatsen, waarvan er 8 ingezet werden in het MFC (Multi Functioneel Centrum).

Met deze uitbreiding werd het zo ook mogelijk om te starten met een klein MFC. Er werden 5 residentiële plaatsen uit ’t Spoor en 8 plaatsen thuisbegeleiding ingezet. Zo konden jongeren en hun gezin flexibel begeleid worden.


Vanaf 1 september 2010 is heel De Waaiburg een MFC. Dit betekent dat de begeleiding wordt toevertrouwd aan de Waaiburg via een bepaalde afdeling maar dat de vraag en zorg gedurende het hulpverleningstraject kunnen verschuiven.

In een MFC moet de ene begeleidingsvorm de andere kunnen opvolgen zonder dat de begeleiding stopgezet wordt of mensen weer op (lange) wachtlijsten komen.

Er wordt zorg op maat geboden.  Dit wil zeggen dat met alle betrokkenen (ouders, kinderen, consulent) wordt bekeken waar zij precies hulp bij nodig hebben en hulp bij willen.

Soms is er weinig hulp nodig, een andere keer is er meer nodig.  Omdat ieder kind/jongere en iedere situatie uniek is, is ook de hulp voor iedereen anders.  Afhankelijk van wat gewenst of nodig is wordt er samen gezocht naar de best passende ondersteuning.


In 2011 werd het GIT-project, op aansturen van de overheid, omgebouwd naar 8 kortdurende thuisbegeleidingsplaatsen. Deze plaatsen werden vanuit De Waaiburg toegewezen aan de dagcentra. Dit gaf hen de mogelijkheid om enkele mobiele/ambulante plaatsen rechtstreeks te koppelen aan hun dagcentrumwerking.


In 2012 werd de thuisbegeleidingsdienst verder uitgebreid met 8 kortdurende begeleidingen.

Dit vraagt weer een andere specifieke aanpak voor gezinnen die hier voor in aanmerking komen.


Vanaf 1 januari 2013 stapte De Waaiburg in het Experimenteel Modulair Kader; wat wil zeggen dat ons aanbod uit verschillende modules bestaat.


Op 1 maart 2014 werd de Integrale Jeugdhulp een feit. De toewijzing van jeugdhulp gebeurde vanaf dat moment via de intersectorele toegangspoort. Een bijkomend gevolg was dat er een aantal modules rechtstreeks toegankelijk geworden zijn vanaf 1 januari 2015 namelijk alle vormen van contextbegeleiding (breedsporig, laagintensieve begeleiding opvoedingssituatie, positieve heroriëntering).  Bijkomend kreeg De Waaiburg een uitbreiding van 3 contextbegeleidingen voor de nieuwe module 'positieve heroriëntering'.

Vanaf 1 maart 2015 werd ook de module dagbegeleiding rechtstreeks toegankelijk.